Protocollen

De verkiezing van de Prins
Zijne Dorstlustige Hoogheid Prins Carnaval, Häer van Waeverstad wordt gekozen uit manlijke inwoners van Gemert en is getrouwd of heeft een samenlevingscontract. De nieuwe Prins komt wisselend uit een andere beroepsgroep maar mag géén Horeca-ondernemer zijn. Een Lustrum-Prins (elke 5 jaar) komt uit de stichting met en bekleedt hierin een officiële functie.

Twee weken voor Halfvasten leveren tenminste D’n Hôgge Raod, Bestuur, Ex-Prinsen, Raad van Elf, Hofkapel, Club van 111,11 en de overige Carnavalsclubs in Gemert maximaal 5 namen in bij de Geheimskrééver die hier een kandidatelijst uit samenstelt. Verder is lk inwoner van Gemert (Waeverstad) Vrij om een persoon te kandideren.

Op Halfvasten komen elf afgevaardigden in een besloten zitting bijeen en kiezen uit de namen op de lijst de nieuwe Prins. Deze verkiezingscommissie bestaat uit:

  1. de Vorst van de G.C.S.
  2. de Geheimskrééver van de G.C.S.
  3. d’n Belhaawer van de G.C.S.
  4. een afgevaardigde van D’n Hooge Raod
  5. een afgevaardigde van de Club van 111,11
  6. een afgevaardigde van de Hofkapel
  7. een afgevaardigde van de Raad van Elf
  8. een afgevaardigde van de Ex-Prinsen
  9. een afgevaardigde van , EKV De Lolbroeken
  10. een afgevaardigde van de CV de Vuurvreters
  11. een afgevaardigde van een van de volgende verenigingen CV De Laotbloeiers.
    Indien één van bovengenoemde met de verkiezing niet aanwezig is wordt door de Vorst aanvulling aangezocht. Deze aanvulling wordt vanuit de overige aanwezigen gedaan. Waarbij als eerst een aanwezig vanuit de jeugdcommissie wordt gevraagd.

De uitslag is alleen bekend bij de Vorst en de Geheimskrééver. Vervolgens benadert de Vorst de kandidaat-Prins. In het uitzonderlijke geval dat de beoogde Prins afziet van het verzoek wordt de nummer twee van de lijst ‘verzocht’.

 

Carnavalsgroet
De officiële Carnavalsgroet van de Drumknaauwers is met de linkerhand naar de rechterbovenzijde van het gelaat en met de handpalm naar buiten gedraaid. Als een Hofkapel een ‘toets’ geeft of als de toets op een andere manier klinkt dienen alle leden van alle geledingen de Carnavalsgroet, afhankelijk van het aantal ‘toetsen’, één danwel driemaal te brengen.


Opstelling
Als de Prins ergens met zijn gevolg verschijnt of door ‘zijn’ Waeverstad trekt is er een vaste volgorde binnen de ‘Vorstenstoet’. Uiteraard zijn niet altijd alle geledingen en overige Gemertse Carnavalsorganisaties  aanwezig maar indien dat wel het geval is dan geldt het onderstaande:

1              Kannoniers  / vaandeldragers
2              D’n Hôgge Raod
3              CV De Vuurvreters
4              EKV De Lolbroeken
5              CV de Laotbloeiers
6              Hofkapel
7              Dansgarde
8              Ex-Prinsen en Prinsinnen
9              Raad van Elfjes en dames van het bestuur
10            Jeugdbestuur
11            Jeugdraad
12            Jeugdprins en Jeugdprinses met Jeugd Adjudanten
13            Raad van Elf
14            Prinsin met Gouvernante
15            Prins en Adjudant
16            Bestuur
17            Vorst
Het spreekt voor zich dat bij afwezigheid van enkele van de bovenstaande geledingen / partijen de stoet simpelweg wordt ingekort.

Bij het binnentrekken van bijvoorbeeld  Prinsenrecepties of café’s tijdens dweiltochten geldt:
1              Hofkapel
2              Ex-Prinsen en Prinsinnen
3              Raad van Elfjes en dames van het bestuur
4              Dansgarde
5              Jeugdraad
6              Jeugdprins en Jeugdprinses met Jeugd Adjudanten
7              Jeugdbestuur
8              Raad van Elf
9              Prinsin met Gouvernante
10            Prins en Adjudant
11            Bestuur
12            Vorst

 

Begrafenis met Drumknaauwerseer
Drumknaauwer ben je in principe voor het leven. Ook na een actieve ‘carrière’ binnen de Gemertse Carnavals Stichting blijft het Drumknaauwers en Carnavalshart kloppen tot op dat ene moment dat ons allemaal te wachten staat: Het overlijden. In de jaren negentig is stilzwijgend een traditie ontstaan om (oud-)Drumknaauwers in tenue de laatste eer te bewijzen en uitgeleide te doen.

Bij een uitvaart met Drumknaauwers-eer wordt door iedere aanwezige Drumknaauwer het volgende gedragen:
* Smoking, zwarte schoenen, zwarte sokken
* Witte blouse, zwarte strik, witte handschoenen en de Stichtingsdas
* Geen onderscheidingen of andere versierselen

De das wordt onder de jas gedragen met de slag rechts over links waarbij geen gekleurde bies zichtbaar mag zijn.

Bij aankomst van de overledene bij de kerk wordt een erehaag gevormd waarin geen onderscheid gemaakt wordt tussen de diverse geledingen. Hetzelfde gebeurt bij het verlaten van de kerk. Indien daarna langs de baar gelopen mag worden brengt iedere Drumknaauwer, staande aan het voeteinde van de kist, eenmaal de Carnavalsgroet. Overige ondersteuning van de Drumknaauwers wordt in overleg met de nabestaanden geleverd.

Namens de Drumknaauwers wordt, mits er geen andersoortig verzoek door de nabestaanden wordt gedaan, een rood-wit-groen bloemstuk bij de baar gelegd.

Bij een begrafenis van een Drumknaauwer met ‘Gilde-eer’ waar ook De Drumknaauwers bij aanwezig mogen zijn wordt de das zichtbaar gedragen met de bies naar boven in de kleur van het betreffende betreffende gilde. Het ceremonieel bij een dergelijke gelegenheid is in handen van het Gilde. Het Bestuur van de Drumknaauwers gaat dan ook met hen in overleg om te bepalen welke positie wij (mogen) innemen tijdens de uitvaart.

Top